Recensie - Dr. J.B. Smit
 
Lied Deurvorst, Het uur van de waarheid. Bährne Louise von Brun (1773-1839) en de mannen in haar leven (IJzerlo, 2010) Fagus Aalten, 269 pagina’s, met bronverantwoording en 10 bijlagen, geïllustreerd*.

Stamboom- of genealogisch onderzoek heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Bij de vele oudheidkundige of heemkundige verenigingen vormt het, soms al vanaf de oprichting, de ruggengraat. Op enig moment zoeken deze onderzoekers met het gevonden materiaal de publiciteit in de vorm van een artikel of gebundeld als zelfstandige publicatie. Maar ook particulieren die geen lid zijn van een vereniging storten zich soms enthousiast op een dergelijke vorm van tijdverdrijf. 
De nieuwsgierigheid van ondergetekende werd in ieder geval geprikkeld toen hij het boek van Lied Deurvorst in handen kreeg en verschillende plaatselijke en regionale gebeurtenissen vermeld zag staan. De eerste indruk: het werk bestaat uit grondige, genealogische, naspeuringen. 
Schrijfster Lied Deurvorst (1930) keerde, na een aantal omzwervingen, op latere leeftijd terug naar Oost-Gelderland. Zij is een kleindochter van Frans B. Deurvorst (1857-1931) een van de voormalige directeuren van de DRU te Ulft (Gendringen), die met Jacqueline P.B.Z.M. Vonk de Both (1874-1958) huwde. Vader Zeno Deurvorst kwam uit Ulft en moeder, ‘Liedje’ Van der Hardt Aberson, kwam uit Laag-Keppel, waaruit maar weer eens kan worden afgeleid dat veel families met sporen in de gietijzerproductie vaak erg close waren met elkaar.
De inleiding van haar boek is wat moralistisch en belerend van toon; het leven kent wijze (levens) lessen en ieder mens komt een keer ‘voor het uur van de waarheid’ te staan, het is deze rode draad die Deurvorst aan de hand van de lotgevallen van Bärhne Louise von Brun, afkomstig uit en laag-adellijke familie uit het Hessische Weserbergland, uitwerkt.
Het eerste deel van haar boek speelt zich af in het Duitse Niedersachsen, waar Louise von Brun in het amoureuze web verstrikt raakt van niemand minder dan de vijftig jaar oudere en wellicht bij een groot publiek bekende ‘Lügenbaron’ Hieronymus von Münchhausen. Uit dit deel is op te maken dat de schrijfster met grote inzet en vasthoudendheid te werk is gegaan, vooral waar het gaat om het transcriberen van het Oud-Duits schrift evenals de problemen waar zij mee te maken kreeg bij het zoeken naar nog relatief onbekend materiaal.
Toch kun je met het lezen van dit levensverhaal over het eerste huwelijk tussen Louise von Brun en haar vijftig jaar oudere man snel klaar zijn, als je zoekt naar meer regionale herkenning en plaatselijke gebeurtenissen en die worden pas interessant toen Deurvorst met haar Louise in het Oost-Gelderse Didam belandde. Want hoe kwam Louise hier terecht? 
Na het overlijden van Von Münchhausen en een op zeer jonge leeftijd overleden dochtertje, verbrandde de hoofdrolspeelster in het boek de schepen achter haar en ging op zoek naar een relatie en inkomsten. Zij meende die voor enige tijd te hebben gevonden in Hendrik van Elsenbroek die op Huis Dijk een textielfabriekje begon. De relatie hield niet lang stand, maar via Van Elsenbroek leerde zij de Didamse richter Abraham de Both kennen, die na een beschrijving door Deurvorst over zijn studie en werk nu samen met haar een prominente rol in het verhaal gaat spelen, in een tijd dat het dorp door een katholiek schisma op zijn kop kwam te staan.
In 1796 was onder de Bataafse Republiek de vrijheid van en scheiding der godsdiensten afgekondigd. De katholieken kwamen uit hun schuilkerken en konden aan een langzame emancipatie beginnen. In Didam was de meerderheid van de bevolking rooms-katholiek en die wilden zelf een geestelijke benoemen. Dergelijke benoemingsprocedures waren echter tot de instelling van de Bataafse republiek, niet voorbehouden aan de kerk, het zogenaamde collatierecht en voor Didam was dit voorbehouden aan Huis Bergh. Met name deze laatste toezichthouder had via haar zaakwaarnemer, een rentmeester, veel invloed. Een dergelijk feodaal recht, dat in de ‘nieuwe tijd’ werd afgeschaft, leidde vaak een taai bestaan. 
Toen de ene groep katholieke Didammers dacht een eigen geestelijke te hebben gevonden, was er een andere groep het hier niet mee eens en ging het helemaal mis. Verdeeldheid omtrent de ‘modernere’ geachte kapelaan Hendriksen en de ‘behoudende’ pastoor Stam was het gevolg. Richter De Both trok partij voor de eerste en burgemeester Gerrit Roemaat en de rentmeester van Huis Bergh, baron Van Nispen, voor de ander. Men stond elkaar, soms letterlijk, met schoten hagel, gijzelingen en wat een mens voor kwaad allemaal kan bedenken, naar het leven. Een grote volksopstand van Didammers, zelfs met het mes in de hand, was het gevolg en zorgde voor een langdurige tweespalt. Ook De Both, net getrouwd met Louise, werd bijna gemolesteerd. 
Maar voegt Deurvorst nu veel nieuws toe aan dat lange verhaal over deze kwestie? In het in 2000 verschenen Kerkenboek Didam staat het eigenlijk.1) Deurvorst doet dat nog eens dunnetjes over, maar dat komt omdat zij haar materiaal uit het Rechterlijk Archief Gelderland, waarin veel van deze gebeurtenissen uitgebreid worden beschreven, wil vermelden. Op zich een aardige aanvulling maar geen schokkend nieuws. Zij kon dit ook weten want achterin de literatuurlijst noemt zij dit boek.
Hierna kruipt de schrijfster langzaam maar zeker naar de huidige tijd waar de lezer de familierelaties kan ontwarren, relaties die met de gietijzerfabricage in verband staan, een industriële tak langs de Oude IJssel, die zich langzamerhand uitbreidde en waarin zij haar afkomst ontrafelt.
Aan het eind van haar boek volgt nog een biografisch overzicht en een aantal parentelen voor de liefhebber. Zo passeert de Oudheidkundige Vereniging Didam, in haar verantwoording van de genealogische gegevens, diverse malen de revue. Hier zijn leden al heel wat jaren druk met het verzamelen van genealogisch materiaal waardoor een enorme databank beschikbaar is gekomen en de gang naar een archief of bibliotheek, in de laatste instelling ligt tegenwoordig ook genealogisch materiaal ter inzage, niet direct noodzakelijk is. De auteur heeft hier dankbaar gebruik van gemaakt.
Maar wat is er nu nieuw in haar boek? Voor de doelgroep van genealogisch geïnteresseerden en andere heemkundigen, blijft dat een beetje de vraag. Veel van het door Deurvorst gevonden materiaal had samenvattend kunnen worden gepresenteerd. Soms staan er wel lange opsommingen van citaten tussen en in de manier waarop zij dit doet was het wellicht beter geweest om of een voetnoten- of een eindnotenapparaat te hanteren.
Door de verwikkelingen van hoofdrolspeelster Louise van Brun heen, gunt zij de lezer wel een kijkje in het leven uit die tijd, maar de kwesties tussen de aanhangers van pastoor Stam en Hendriksen, de nasleep hiervan en de bemiddeling door diverse rechtsorganisaties: het is al eens beschreven, evenals de door Deurvorst genoemde en aan elkaar verwante ‘ijzerfamilies’. 2) Zo krijg je toch de indruk dat haar werk iets weg heeft van oude wijn in nieuwe zakken, maar Deurvorst zal ongetwijfeld veel plezier hebben gehad aan haar zoektocht en uitwerking van de gegevens. Tenslotte heeft ze een prachtige website ontworpen waar iedereen dit verhaal met aanvullende informatie nogmaals rustig kan bekijken.3) Een dergelijke combinatie is nog niet veel vertoond.

Dr. J.B. Smit

1)F. Staring en J. Beursken, ‘De katholieke statie, uit de verdrukking naar een omvangrijke parochie’, in: Redactie Oudheidkundige Vereniging Didam, Kerkenboek Didam. Geloven rond de Diemse toren. Duizend jaar kerkgeschiedenis,117-120 (Talens, Nijmegen 2000)
2)J.B. Smit en B. van Straalen (red.), IJzergieterijen langs de Oude IJssel, 1689-heden. (Utrecht 2007), zie bijlage ‘ijzerfamilies’.
www.hetuurvandewaarheid.com

* Zie ook commentaar prof.dr. D. Verhoeven in 'Bijdragen en Mededelingen Gelre' (2010), 211-212
http://www.hetuurvandewaarheid.comshapeimage_3_link_0