de liemers
 
 
De Liemers in historisch perspectief (voor een aantal hier genoemde studies of publicaties, zie *)

De Liemers wordt begrensd door de Rijn, IJssel, de oude IJssel en de grens met Duitsland en omvat tien gemeenten: Angerlo, Bergh, Didam, Duiven, Gendringen, Herwen en Aerdt, Pannerden, Wehl, Westervoort en Zevenaar (zie kaartje ‘Liemers negentiende-twintigste eeuw’). Inmiddels is dit aantal gemeenten door fusies teruggebracht tot Doetinchem, Duiven, Rijnwaarden, Oude IJsselstreek, Westervoort, Montferland en Zevenaar.
In de negentiende eeuw werd de naam Liemers of Lijmers aanvankelijk gerelateerd aan een kleiner gebied, de zogenoemde Kleefse enclave die eerst deel uitmaakte van het hertogdom Kleef en later van het koninkrijk Pruisen. Deze enclave van om en nabij de 90 km2 bestond eigenlijk uit een landtong van zes enclaves en drie bestuursdistricten: de Lijmers met hierin de stad Zevenaar en het landelijk gebied dat bestond uit de kerkdorpen of kerspels Duiven, Groessen en Loo, de heerlijkheid Wehl en Huissen met Malburgen.
Over de Liemers

De Liemers in 1578 getekend door Christiaan 's-Grooten cartograaf in dienst van de Spaanse koning Filips II.

    Home    De Liemers    Auteur    Het Boek    Contact    Recensies    Onderwijs    LinksHome.htmlOver_de_auteur.htmlOver_het_boek.htmlContact.htmlRecensies.htmlOnderwijs.htmlLinks.htmlRecensies.htmlshapeimage_5_link_0shapeimage_5_link_1shapeimage_5_link_2shapeimage_5_link_3shapeimage_5_link_4shapeimage_5_link_5shapeimage_5_link_6shapeimage_5_link_7
Over de economische ontwikkeling van deze regio is nauwelijks iets gepubliceerd, terwijl (amateur-) onderzoekers wel over het gewone leven, havezathen, kermissen e.d. publiceerden. Hierdoor dringt ons een beeld op van een regio waar soms langer dan elders in Nederland, zoals in grote delen van Gelre en Overijssel tot 1795, nog feodale gewoonten heersten en waar met name de lagere adel vanuit de versterkte hofstede of havezate het voor het zeggen had. 
Vergelijken we de Liemers met de vele andere negentiende-eeuwse regio’s in Nederland dan zien we een aantal overeenkomsten; een op landbouw georiënteerd gewest, vergeven van grote groepen kleine- of keuterboertjes die gevangen zaten in een armoedige en vicieuze cirkel. Hoe kon er dan sprake zijn geweest van enige economische vooruitgang? Dan was de regio ook nog voorzien van matige verbindingen en behept met een sociaal-culturele achterstand op de rest van Nederland.
Informatie over de politiek-bestuurlijke verhoudingen is er eveneens niet, op een in 1975 verschenen proefschrift na, gebaseerd op de vroegere Kleefse enclaves, met als titel De oude Kleefse enclaves en hun overgang naar Gelderland. Deze studie is gebaseerd op slechts eén aspect, namelijk het politiek-bestuurlijk handelen, voor een deel van de toenmalige Liemers. Maar dit verhaal over de Kleefse enclaves werd vaak herleid tot mythische proporties. Was deze periode van staatkundige veranderingen niet nadelig geweest voor de ontwikkeling van de regio?

De staatkundige indeling van de Liemers in de 16e eeuw

Over de plaatselijke of bovenplaatselijke politieke gebeurtenissen werd de afgelopen periode slechts zijdelings iets geschreven en al helemaal niet in relatie tot de economische ontwikkeling. Onderzoek naar de rol die was weggelegd voor het plaatselijke bestuur bij enige economische innovatie heeft dan ook niet plaatsgevonden. Het lijkt erop dat bestuurders niet bereid waren om aan te sluiten bij de ontwikkelingskansen die zich konden voordoen. 
Dan zijn er nog thematische bijdragen en artikelen die in de loop der tijd over de Liemers zijn geschreven en vaak één uitzonderlijk onderwerp bestrijken met als algemeen beeld de invloed van adellijke families en hun leefomgeving, criminele voorvallen, eeuwfeesten van gemeenten, parochies of schutterijen en diverse opmerkelijke gebeurtenissen uit het nabije verleden.
De gemeenschappelijke noemer die is terug te vinden in de publicaties die over eén enkel dorp of stadje handelen, is meestal het biografische concept, waarbinnen steden of dorpen worden beschouwd als een uniek personage. Vanaf het begin van de jaren zeventig verschenen dergelijke publicaties over de gemeenten Herwen en Aerdt (1972), waarin gemakshalve het gehele Nederlandse platteland als achtergebleven gebied werd bestempeld, over Didam (1973), Westervoort (1976) en Bergh (1979). Deze reeks werd in de jaren tachtig voortgezet voor de gemeenten Herwen en Aerdt (1980), Gendringen (1983), Zevenaar (1986) en Wehl (1987).
Naast deze meer lokaal georiënteerde studies zijn er de afgelopen decennia over de Liemers ook publicaties verschenen met een meer regionaal karakter, zonder dat er sprake was van enige samenhang in de besproken themas of onderwerpen. De nadruk bleef liggen op het bestuurlijk of rechtshistorisch karakter van dit gebied, waarvoor schoolmeester Van Dalen al in 1939 de toon zette met als titel Nederlandse geschiedenis in en om de Liemers. In 1953 verscheen er een publicatie van Van Nispen tot Pannerden en een van Tinneveld, een gedenkboek dat werd uitgebracht ter gelegenheid van de inspanningen van J.H. van Heek voor Huis Bergh en omgeving. Deze laatste studie benadert de diverse regionale ontwikkelingen afzonderlijk, maar plaatst ze niet in een onderlinge samenhang.
Na een aantal jaren werd in 1966 de draad weer opgepakt met een publicatie van Zondervan, getiteld Schetsen uit de Lijmers. Van Dalen vervolgde in 1971 de eerder genoemde publicatie met een volgend groot bestuurs- en rechtshistorisch overzicht: Gelderse historie in de Liemers. Drie jaar later verscheen op initiatief van het bestuur van het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg een beschrijvend werkje met als titel ambachten en bedrijven in de regio. In 1984 verscheen een overzicht van het werk van amateur-onderzoeker Tinneveld over zijn Liemers en aan het einde van de jaren negentig verscheen een publicatie, die enige overeenkomsten vertoonde met het aan het begin van de jaren vijftig verschenen gedenkboek.
In deze drie gebieden benoemde de Pruisische vorst personen voor de uitoefening van een bepaald ambt, zoals dat van burgemeester of belastingontvanger. Daarom kan ook van ambtsgebieden worden gesproken. Daarnaast waren er nog betrekkelijk onbelangrijke en kleinere enclaves zoals Lobith, Hulhuizen, 's-Gravenwaard, Bijlandse Waard, Kijfwaard en de heerlijkheid Grondstein. Na het Congres van Wenen (1815) kwam de Kleefse enclave in juni 1816 bij het Koninkrijk der Nederlanden en ging deel uitmaken van de provincie Gelderland.
De naam Liemers werd nu steeds vaker gebruikt voor een groter gebied, dat niet alleen de gemeenten Zevenaar en Duiven omvatte. Didam werd er meestal bij gerekend. Deze gemeente had eeuwenlang deel uitgemaakt van het grafelijk Berghs bezit, net als Bergh en Gendringen. Opvallend is dat deze laatste twee gemeenten vaak niet tot de Liemers zijn gerekend. Zo rekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (C.B.S.) aan het begin van de twintigste eeuw Bergh en Gendringen tot de Graafschap Zutphen en ook het E.T.I.G. deed dat een enkele maal. De geograaf H.J. Keuning die in 1945 met een gezaghebbende studie over de Nederlandse regio´s kwam, deed hetzelfde. Angerlo en Wehl werden met enige regelmaat tot de regio IJsselstreek gerekend. Anderzijds zijn de gemeenten Pannerden en Herwen en Aerdt die door een meanderende Rijn wat geïsoleerd lagen ten opzichte van de andere gemeenten, lange tijd tot de Over-Betuwe gerekend. De Corop indeling, die in 1970 werd gepresenteerd door de Coördinatie Commissie Regionaal Onderzoeksprogramma, geeft verder geen uitsluitsel. Hierbij is de Liemers verdwenen in het knooppunt Arnhem-Nijmegen.
Het is hier niet de plaats om een discussie te voeren over de precieze omvang van de Liemers. Maar wel is het zaak voor het onderzoek een heldere keuze te maken. En verder kunnen we vaststellen dat deze onzekerheid over de omvang van de Liemers niet op een grote integratie duidt. Het is daarom wel zaak om het al dan niet op elkaar betrokken zijn, van de gemeenten, deel uit te laten maken van de analyse.
Een opvallend kenmerk van de Liemers is dat het een overwegend katholieke regio is. De Kleefse enclave grensde aan het katholieke Rijnland. In de enclavegebieden bestond van oudsher een grote godsdienstvrijheid en dat had voor een grote toeloop van katholieken gezorgd uit de omgeving die in deze vrijplaatsen konden kerken. In Wehl en waarschijnlijk ook in Zevenaar en Duiven was dan ook het overgrote deel van de bevolking katholiek. Dat was ook het geval met de voormalige gemeente Bergh, met enige relativering voor Gendringen dat tegen de overwegend protestantse Achterhoek aan lag. Eigenlijk waren alle Liemerse gemeenten overwegend katholiek, met uitzondering van Angerlo en Westervoort waar protestantse invloeden uit het naburige Doesburg en Arnhem voorkwamen maar zelfs daar waren de katholieken in de meerderheid.

*) Meer informatie in: ‘Sporen van moderniteit. De sociaal-economische ontwikkeling van de regio Liemers (1815-1940)’ (Hilversum 2010)

De Kleefse enclaves tot 1816

De Liemers in de 19e en 20e eeuw

De media over de Liemers:


1. ‘Wegener nieuws-media-totaal’


De Gelderlander

verspreidingsgebied ‘regio Arnhem en Doetinchem’ *)

editie Liemers: Didam bij Liemers en (!) Doesburg

editie Achterhoek: Bergh, Wehl en Gendringen


2. ‘Wegener huis-aan-huis media’ (www.deweekkrant.nl):


Oude IJsselstreek Vizier

verspreidingsgebied: Dinxperlo, De Heurne, ‘s-Heerenberg, Zeddam, Azewijn, Braamt, Lengel, Stokkum, Gendringen, Voorst, Ulft, Megchelen, Netterden, Sinderen, Breedenbroek, Etten, Varsselder, Veldhunten, Westendorp, Heelweg, Silvolde, Terborg, Varsseveld

Oplage 27.615 ex.

Liemers Vizier: oplage 35.150 ex.

verspreidingsgebied :


- De Rijnwaarden Post: oplage 4665 ex., verspreidingsgebied Herwen, Aerdt, Lobith e.o.

- Zevenaar Post

- Westervoort Post

- Duiven Post

- Montferland Journaal: oplage18.520, verspreidingsgebied:


3.‘Van Suilichem communicatie Bemmel’, zogenaamde ‘Starterspers Bemmel’;


Het Gemeentenieuws

verspreidingsgebied: Aerdt, Angerlo, Babberich, Didam, Duiven, Giesbeek, Groessen, Herwen, Lathum, Lobith, Loo, Pannerden, Spijk, Tolkamer, Westervoort en Zevenaar;

Oplage: 42.500 exemplaren (gemeente Zevenaar, Duiven, Rijnwaarden enWestervoort)


4. Weekbladcombinatie Gelderland-Overijssel:


Liemers Lantaren, oplage 42.000 ex. (verspreiding Duiven e.o.) en 26.000 ex. (verspreiding Zevenaar en buitengebied)


Streekjournaal: oplage 32.300 ex. verspreiding


5. WCGO Mediagroep (Doetinchem)


Montferland Nieuws (‘echt Achterhoek’) verspreiding Azewijn, Beek, Braamt, Didam, ‘s-Heerenberg, Kilder, Lengel, Loerbeek, Loil, Nieuw-Dijk, Stokkum, Vethuizen, Wehl, Wijnbergen en Zeddam (gemeente Montferland)


6. radio:


Favoriet FM (reikwijdte?)


7. Media Groep Gelderland


Graafschap tv (oorspronkelijk vanuit Doetinchem) op kabel UPC (Montferland, Rijnwaarden en Zevenaar)

ook Gelre tv, Veluwe,


Omroep Gelderland (Arnhem), Liemers = Achterhoek


8. Archieven / musea:


Gemeente Montferland (Didam en Bergh) ingedeeld bij Streekarchief Achterhoek, idem Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek)

Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg: Angerlo, Duiven, Westervoort, Zevenaar, Didam, Rijnwaarden (Herwen en Aerdt en Pannerden) n.b. gegevens Didam nog in Doesburg


Liemers museum: gevestigd in Zevenaar

in regio aantal particuliere verzamelplaatsen, zoals museum ‘het olde ambacht’ in Wehl


9. Politiek-bestuurlijk:


Zevenaar en Angerlo= gemeente Zevenaar

Didam en Bergh= gemeente Montferland

Herwen en Aerdt, Pannerden=Rijnwaarden

Gendringen (Ulft)= gemeente Oude IJsselstreek

Wehl=gemeente Doetinchem

Duiven

Westervoort


10. Staatsbosbeheer


Bosgebied Greffelkamp in Didam, dus Liemers, wordt ingedeeld bij Achterhoek (borden geplaatst)


Conclusie:

Liemers als regio: nu regio Arnhem-Nijmegen



*) schuin gedrukt gebied Liemers